Internet of Anonymous Things

internet of anonymous things

Over het “Internet of Things” (#IoT) wordt al heel lang euforisch gesproken, al verandert het fenomeen elk decennium van naam. De huidige stand van zaken is dat we afstevenen op een “internet of everything”. Alles met elkaar verbonden, de mens incluis, met data als uniforme taal. Het klinkt alsof er een wereldverbeteraar aan het woord is. En dat geldt eveneens voor de verhalen over de smart cities waarin we in de toekomst zullen leven. Steden die autonoom functioneren en automatisch de juiste beslissingen voor zichzelf en voor ons maken, gevoed door real-time data over de infrastructuur en de data die we zelf ongemerkt en ongevraagd aanleveren. We liepen al rond als mobiele sensoren met onze onafscheidelijke smartphones, maar met Quantified Self wearables gaat het data verzamelen 24/7 door, ook als we slapen. Juist als we slapen. Slaap-data analyse met allerlei hardware en software is het meest genoemde voorbeeld om ons leven met connected wearables mee te illustreren. Je ziet hoeveel je slaapt, en daar kun je zelf naar handelen of de data rechtstreeks doorsturen naar een apparaat, bijvoorbeeld een lamp die je op het meest gunstige moment wekt.

Maar ook als je wakker bent, zijn er interessante connecties te maken. Of eigenlijk, als je bijna in slaap valt. Bijvoorbeeld tijdens saaie presentaties, als je concentratie wegzakt en dat wordt opgemerkt door een alerte heart-rate sensor. Als de quantified self sensor gekoppeld is aan een augmented reality bril, kan worden ingegrepen maar de fysieke ruimte kan daarbij met rust gelaten worden. Saaie presentaties moeten ook gegeven kunnen worden, en er zijn nog meer praktische voordelen. De bril maakt het mogelijk dat de respons van de sensor zich enkel manifesteert in de individuele semi-digitale wereld die de augmented reality brildrager waarneemt. Het youtube filmpje “QS meets AR” laat zien wat er zich dan afspeelt. We zijn eigenlijk al lang de cyborg uit de toekomst met alle technische snufjes die nu reeds voorhanden zijn, alleen we proberen het nog te ontkennen, zo werd duidelijk tijdens de massale hetze tegen Google Glass (die ooit als onopvallende bril of contactlens zal terugkeren)

Als de automatisering straks zo ver reikt dat zelfs onze blik op de wereld volgens geprogrammeerde logica wordt aangestuurd op basis van data, is er dan nog wel ruimte voor fictie? Kan data ook een verhaal vertellen? Blijft er nog wel ruimte over voor de verbeelding? Om die vragen draait het “The Internet of Anonymous Things” project, dat ik samenwerking met kunstenaar Karina P├ílosi lanceerde. Omdat een klein aantal standaard voorbeelden het denkwerk over IoT blijft bepalen, leveren de brainstorms over de toepassingsmogelijkheden meestal verrassend weinig nieuwe ingevingen op. Dat kan veranderen door met wat meer fantasie naar het IoT domein te kijken. Niet uitgaan van de bekende mogelijkheden, maar juist het (on)mogelijke verkennen. Een aantal sensoren die verspreid door Amsterdam zijn geplaatst, helpen daarbij. Je ziet de data van de sensoren, maar kun je je een voorstelling maken van hetgeen ze meten? Of wie? En waar ze geplaatst zijn? Valt te achterhalen of de ene sensor de snelheid van een metro meet, het openen van een brug of de nachtelijke escapades van een kat? Op het Discovery Festival op 25 september onthullen we waar de sensoren geplaatst zijn. Tot die tijd is de vraag: zijn wij mensen in staat om de stadse sensordata te interpreteren? Of is Big Brother in de toekomst de enige die onze Big Data wereld nog snapt? Omdat Amsterdam sinds een paar weken ‘s werelds eerste stadsoverkoepelende IoT netwerk heeft gekregen voor compacte portable energiezuinige sensoren, kunnen de anonieme meetinstrumenten op elk denkbare plek zitten. Het project snijdt daarmee tevens een nieuwe privacydiscussie aan, maar daarover meer zodra het internet der dingen z’n maatschappelijke waarde en impact heeft aangetoond. Nu eerst: sensors raden!

Internet of Anonymous Things